Samenvatting

Een overzicht van hoe FoundationOne clinici kan helpen bij het kiezen van geschikte therapieën of klinische studies voor hun patiënten, en zo klinische resultaten mogelijk kan verbeteren.
Behandelingsopties

FoundationOne kan clinici begeleiden bij het bepalen van de meest doeltreffende therapie voor hun patiënten

 

FoundationOne is gebruikt voor de profilering van meer dan 150.000 patiënten,1 waarbij veel patiënten minstens 1 klinisch relevante alteratie hadden (~90% van de patiënten).2-4 Uit een heel aantal studies is gebleken dat het gebruik van biomarkergerichte therapieën, na identificatie van dergelijke alteraties, geassocieerd is met aanzienlijk betere klinische resultaten bij patiënten vergeleken met een niet-gerichte (non-targeted) benadering.5-7

Het wordt steeds meer erkend dat bredere profilering een doeltreffende strategie is om zowel vaak voorkomende als zeldzame mutaties te helpen ontdekken in de kanker van een patiënt, zodat doelgerichte, biomerker-gerichte therapie opties kunnen gevonden worden.8-10 Met brede moleculaire profilering, zoals met FoundationOne, kunnen alteraties gevonden worden in alle driver-genen die door het National Comprehensive Cancer Network (NCCN) opgesomd en aanbevolen worden om te testen.8 Zo vertoonden bijvoorbeeld 71% van de genomische alteraties die gevonden werden in stalen van niet-kleincellige longkanker (NSCLC), geprofileerd met FoundationOne, een alteratie in minstens 1 van deze drivers.11

Omdat deze alteraties  anders  niet gedetecteerd zouden worden,  wordt brede moleculaire profilering nu sterk aanbevolen in de NCCN-richtlijnen bij diagnose en behandeling van NSCLC.8

 

“NCCN Panel raadt brede moleculaire profilering (ook gekend als precision medicine) ten sterkste aan om zeldzame drivermutaties te identificeren zodat patiënten de meest geschikte behandeling krijgen”

 

NCCN Richtlijnen voor NSCLC Versie 9, 2017
Verbeterde resultaten

Biomarkergerichte behandelingsstrategieën worden geassocieerd met betere klinische resultaten

 

Uit meerdere meta-analyses is gebleken dat biomarkergerichte therapieën een belangrijke verbetering gaven in responspercentage (response rates, RR), progressie-vrije overleving (progression-free survival, PFS) en totale overleving (overall survival, OS) ten opzichte van een niet-biomarkergerichte benadering.5-7 Er is ook vastgesteld dat het gebruik van een gepersonaliseerde, biomarkergerichte kankerbehandelingsstrategie een onafhankelijke voorspeller is van betere resultaten en minder toxische sterfte dan met een routine, niet-gepersonaliseerde benadering.5

Men heeft gezien dat gerichte therapieën geassocieerd zijn met betere klinische resultaten.5-7

 

Relevante alteraties

FoundationOne kan klinisch relevante alteraties detecteren bij de meeste patiënten, in een breed gamma van kankertypes

Genomische profilering met FoundationOne kan meer behandelingsmogelijkheden geven voor patiënten via de identificatie van klinisch relevante alteraties in hun tumor. Met hybrid capture-gebaseerde next-generation (NGS) technologie analyseert FoundationOne de profilering van volledige exomen (de coderende regio’s van het DNA) van 315 kankergerelateerde genen, wat betekent dat zelfs zeldzame alteraties geidentificeerd kunnen worden.9,12

In een studie bij 31 patiënten met longadenocarcinoom is bewezen dat genomische profilering met FoundationOne een meer uitgebreide (comprehensive) en doeltreffendere strategie mogelijk maakt vergeleken met niet-NGS testmethoden. De studie liet zien dat actioneerbare(actionable) genomische alteraties gedetecteerd konden worden bij 65% van de patiënten van wie men tevoren dacht dat ze geen richtbare (targetable) genomische alteraties hadden via eerder niet-NGS testing.10

Deze verbeterde detectie is ook bevestigd in een studie met 5.605 gevorderde en gemetastaseerde borstkankers die geanalyseerd zijn met FoundationOne om de frequentie van de alteraties in het borstkankergerelateerde gen ERBB2 te beoordelen. Men vond dat 12,5% van de patiënten (698/5.605) ERBB2 alteraties hadden, waarbij 1,8% van de patiënten een type alteratie had dat ondetecteerbaar is met standaardzorg methoden.13

 

De meerderheid van de alteraties vastgesteld met FoundationOne kon doelgericht (targeted) behandeld worden met ofwel goedgekeurde ofwel experimentele therapieën.

In een retrospectieve analyse van 439 patiënten bij wie tumorprofilering met FoundationOne gedaan werd, werd er bij elke patiënt minstens 1 mogelijk actioneerbare(actionable) alteratie vastgesteld (90%; 393/439). Van alle geprofileerde patiënten werden er gemiddeld 3 alteraties per patiënt vastgesteld (gaande van 0‑16), met een gemiddelde van 2 (gaande van 0-8) van deze alteraties die gericht behandeld konden worden met ofwel een goedgekeurde ofwel een experimentele therapie. Van deze patiënten had 59% (257/439) gemetastaseerde ziekte en in 70% (307/439) van de gevallen kon de alteratie gericht behandeld worden met een goedgekeurde therapie aangewezen voor dat tumortype (20%; 89/439) en/of voor een ander tumortype (67%; 296/439). Bij alle patiënten met ≥1 alteratie was er een experimentele therapie beschikbaar in klinische studies (90%; 393/439).4

 

FoundationOne kan mogelijk klinisch relevante genomische alteraties vinden als oplossing voor de beperkte opties die beschikbaar zijn voor patiënten met kanker van een ongekende primaire oorsprong

Momenteel zijn er heel weinig behandelingsopties goedgekeurd specifiek voor de behandeling van wat men kent als kanker van ongekende primaire oorsprong (cancers of unknown primary origin, CUP), en over het algemeen hebben patiënten die chemotherapie krijgen als behandeling voor CUP een slechte respons. Om mogelijk klinisch relevante alteraties te ontdekken, werden 200 patiënten met CUP geprofileerd met FoundationOne. 85% van de patiënten (169/200) had minstens 1 klinisch relevante alteratie waarmee er gemakkelijker een behandelingsbeslissing kon genomen worden. Daarnaast werden er in deze studie 26 genomische alteraties vastgesteld geassocieerd met gerichte therapieën die goedgekeurd zijn voor gebruik bij patiënten met een gekend primair tumortype.14

 

Ondersteuning van beslissingname

Profilering met FoundationOne kan een impact hebben op het nemen van klinische beslissingen

In verschillende studies is vastgesteld dat genomische profilering met FoundationOne klinische beslissingen en specifiek ziektebeheer van patiënten vergemakkelijkt.15-17

BORSTKANKER

In een prospectieve studie naar gevorderde borstkanker is aangetoond dat er bij 41% van de patiënten (34/83) een verandering in de behandeling geadviseerd werd op basis de resultaten van hun genomische profilering .15

 

LONGKANKER
Uit een geavanceerd onderzoek naar longkanker bleek dat bij 44,2% (34/77) van de patiënten die hun behandelingsstrategie veranderden op basis van de profileringsresultaten van FoundationOne, de algehele RR van hun nieuwe behandeling 51,5% was (1 patiënt werd uitgesloten van de algehele RR-berekening) 16.
ZELDZAME KANKER

In een prospectieve klinische studie bij 100 patiënten met diverse, zeldzame of slechte prognose, ondergingen er 92 genomische profilering met FoundationOne.

Bij 95% van deze patiënten (87/92) werd een klinische actie of wetenschappelijke studie geadviseerd.17

 

Klinisch bewijs

Bewijs vanuit klinische studie ter ondersteuning van genomische profilering met FoundationOne

Men is nog aan het werk om de impact die genomische profileringstechnieken kunnen hebben op het leven van patiënten, klinisch te evalueren. Het is bewezen dat genomische profilering, zoals FoundationOne, resultaten verbetert via de actionering (actioning) van geidentificeerde klinisch relevante alteraties. Dit in tegenstelling tot niet-gepersonaliseerde benaderingen en niet-gerichte therapieën.5,15-17

 

De gepersonaliseerde benadering van FoundationOne geeft de patiënt meer behandelingsopties, die mogelijk kunnen leiden tot betere klinische resultaten dan met een niet-gepersonaliseerde benadering.
In een studie met FoundationOne profilering bij 339 patiënten met een verscheidenheid aan kankers is aangetoond dat 93,5% minstens 1 mogelijk actioneerbare alteratie had (317/339). Door overeenkomstige (matching) scores te berekenen op basis van het aantal gekoppelde geneesmiddelkoppelingen (drug matches) en genomische alteraties per patiënt, werd bepaald dat een hogere koppelscore (matching score) gepaard ging met een hogere frequentie van stabiele ziekte (22% t.o.v. 9%; p=0,024), een langere tijd tot behandelingsfalen (HR=0,52; p=0,0003) en overleving (HR=0,65, p=0,05), dan met een lagere koppelscore (matching score). Verder onderzoek is nodig naar de klinische implicaties van deze gegevens.18
Gerichte therapieën geïdentificeerd met FoundationOne kunnen een betere progressie-vrije overleving geven dan niet-gerichte therapieën.

In een retrospectieve studie bij 347 patiënten met gevorderde solide tumoren voor wie tumorprofilering gedaan is met FoundationOne, hadden patiënten die daarna gerichte therapie kregen een aanzienlijk hogere RR en PFS dan diegenen die geen gerichte therapie kregen.19

Deze bevindingen worden ondersteund door andere studies waarin de impact van gerichte therapieën, geidentificeerd door FoundationOne, vergeleken werd bij een hele reeks kankertypes:

Gynaecologische kanker

 

Uit de resultaten van profilering met FoundationOne bij 64 patiënten met zeldzame of refractaire gynaecologische kankers bleek dat 25 van deze patiënten daarna gerichte therapie kregen op basis van hun resultaten met FoundationOne. 64% (16/25) van deze patiënten vertoonde een respons, stabiele ziekte of ander klinisch voordeel.3

 

Gemetastaseerde borstkanker

Met FoundationOne profilering van 44 patiënten met gemetastaseerde borstkanker is ontdekt dat 23 patiënten een klinisch relevante alteratie hadden. Als gevolg daarvan ondervonden 35% van deze patiënten een klinisch voordeel met opgestarte gerichte therapie.20

 

Advanced gastrointestinal cancer
Geavanceerde Gastro-intestinale kanker - Gerichte therapie werd gebruikt bij 13,7% (13/95) van de patiënten met gevorderde gastro-intestinale kanker met behulp van FoundationOne, wat resulteerde in meer dan 50% (7/13 ) van deze patiënten die een klinisch voordeel hebben gehad 21.
Gynaecological cancers
FoundationOne profiling results of 64 patients presenting with rare or refractory gynaecological cancers showed that, of these patients, 25 went on to receive a targeted therapy based on their FoundationOne results. 64% (16/25) of these patients demonstrated a response, stable disease or other clinical benefit.3

Deze studies tonen het potentieel aan van brede genomische profilering voor solide kankertypes, maar er is nog veel werk lopende om deze gegevens verder te valideren. Met nieuwe studies en verder onderzoek van de bestaande gegevens zullen we kunnen verder bouwen op het klinische voordeel van selectie van behandelingen op basis van resultaten van genomische profilering.
References
  1. Genomeweb. Foundation Medicine Q3 revenues up 45 percent. Available at: https://www.genomeweb.com/molecular-diagnostics/foundation-medicine-q3-revenues-45-percent [accessed November 2017].
  2. Blumenthal DT et al. J Neurooncol 2016; 1:211–219.
  3. Rodriguez-Rodriguez L et al. Gynecol Oncol 2016; 141:2–9.
  4. Schwaederle M et al. Mol Cancer Ther 2015; 14:1488–1494.
  5. Schwaederle M et al. J Clin Oncol 2015; 33:3817–3825.
  6. Schwaederle M et al. JAMA Oncol 2016; 2:1452–1459.
  7. Jardim DL et al. J Natl Cancer Inst 2015; 107:e253.
  8. National Comprehensive Cancer Network (NCCN) NSCLC guidelines, Version 9, 2017.
  9. Frampton, GM et al. Nat Biotechnol 2013; 31:1023–1031
  10. Drilon A et al. Clin Cancer Res 2015; 16:3631–3639.
  11. Suh JH et al. Oncologist 2016; 21:684–691.
  12. FoundationOne technical information.
  13. Ross JS et al. Cancer 2016; 17:2654–2562.
  14. Ross JS et al. JAMA Oncol 2015; 1:40–49.
  15. Reinbolt RE et al. J Clin Oncol 2016; 34 (and supplementary material).
  16. Rozenblum AB et al. J Thorac Oncol 2017; 2:258–268 (and supplementary material).
  17. Hirshfield KM et al. Oncologist 2016; 21:1315–1325.
  18. Wheler JJ et al. Cancer Res 2016; 76:3690–3701.
  19. Schwaederle M et al. Mol Cancer Ther 2016; 15:743–752.
  20. Yuan Y et al. Oncotarget 2017; 8:26414–26423.
  21. Dhir M et al. Cancer Med 2017; 1:195–206.